loading

Loading...

OR komt terecht op voor personeel?

OR komt terecht op voor personeel?

Uit de uitspraak blijkt dat de Ondernemingskamer (terecht) groot belang hecht aan de opstelling van de werknemer waarvoor de ondernemingsraad opkomt. Je kunt je afvragen of deze rechtszaak nodig is geweest. Een betere communicatie en overleg had deze zaak naar onze overtuiging kunnen voorkomen. Zie OK d.d. 4-10-2017; ECLI:NL:GHAMS:2017:4004
De Feiten.
De OR van FNV Horecabond begint een OK-procedure op grond van art 26 WOR, omdat een werknemer, die zich bezighoudt met pensioenen na afloop van een bestuurstermijn niet opnieuw als beleids- en projectmedewerker pensioenen is aangesteld. De werknemer heeft er van afgezien om in aanmerking te komen voor een nieuwe bestuurstermijn. De Horecabond zou onder andere zijn onafhankelijkheid als bestuurder bij het pensioenfonds Horeca en Catering onvoldoende waarborgen. De medewerker wordt 8 maanden nadien ontslag aangezegd door de werkgever. In april wordt de OR om advies gevraagd de functie te laten vervallen en extern onder te brengen. Het UWV weigert in juni 2017 de ontslagaanvraag vanwege het ontbreken van de bedrijfseconomische noodzaak. De OR FNV Horeca adviseert op onderdelen, negatief over de voorgenomen organisatiewijziging. In het advies staat onder meer dat in de adviesaanvraag geen aandacht is voor de pensioenactiviteiten en de medewerkers die die werkzaamheden verrichten.

Het oordeel van de OK.
De ondernemingsraad stelt dat FNV Horecabond in redelijkheid niet tot het besluit heeft kunnen komen, omdat volgens de statuten de pensioenactiviteiten tot de kernactiviteiten van de werkgever behoren. In de opvatting van de OR worden deze activiteiten stopgezet en dat is adviesplichtig op grond van artikel 25 lid 1 c en d WOR omdat het de beƫindiging of een belangrijke inkrimping van de werkzaamheden (van een onderdeel) van de onderneming betreft. Met de ingediende ontslagaanvraag dreigt de ondernemingsraad dan ook voor een voldongen feit te worden gesteld. De OR vraagt om het besluit ongedaan te maken en de ontslagaanvraag in te trekken, hetgeen tijdens de zitting is omgezet in een verzoek om het ontbindingsverzoek bij de kantonrechter in te trekken.
De OK volgt de redenering van de OR niet. Voor voorlichting en beleidsontwikkeling op het gebied van pensioenen wordt meer gebruik gemaakt van de expertise van bij de vakcentrale FNV en bedrijfstakpensioenfondsen aanwezig in plaats van via een eigen werknemer. De reden daarvoor is onder meer de wens om daarbij meer sociale media in te zetten en niet zozeer specialistische kennis van pensioenen. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer ontbreekt voor de stelling van de ondernemingsraad dat het besluit inhoudt dat FNV Horecabond haar vertegenwoordiging in besturen van de bedrijfstakpensioenfondsen stopzet een feitelijke grondslag. FNV Horecabond heeft een andere persoon voorgedragen om in het pensioenfondsbestuur zitting te nemen. De pensioenactiviteiten zijn dus niet stopgezet. Daarom is er geen reden voor het adviesrecht van de OR, temeer niet omdat het slechts gaat om een totaal van 16 uur per week voor deze werkzaamheden op een totaal van 53 werknemers.

Commentaar
Het kan inderdaad zo zijn dat de OR zich terecht inspant om het ontslag van een medewerker te voorkomen. In de geschetste omstandigheden lijkt dit een uiterste poging van de OR om met gezochte argumenten een ontslag te voorkomen. De OK maakt daar korte metten mee. De beleidsactiviteiten op pensioengebied zijn niet gestopt, maar in een ander jasje gegoten. Mogelijk had de zaak anders gelopen, wanneer de medewerker zich had willen verdiepen en bekwamen in de werking van sociale media. Juist op het gebied van pensioenen ligt in de communicatie naar de deelnemer steeds meer nadruk. Het verhaal vermeldt helaas niet hoe het met de positie van de medewerker binnen de bond is afgelopen, nu de uitspraak pas in oktober 2017 is gedaan, terwijl de ontslagaanvraag al in juni 2017 door het UWV is afgewezen. Nadien heeft de Horecabond de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De uitkomst daarvan is ons niet bekend. Ons advies aan de OR en werkgever: besteed nog meer aandacht aan de onderlinge communicatie.
Mr. Dick Karssen
Mr. Daniƫl Schouwman