loading

Loading...

haast bij de ondernemer

haast bij de ondernemer

Mag haast bij de ondernemer de boventoon voeren in een adviesprocedure met de OR?

Wanneer een organisatie noodgedwongen de deuren moet sluiten is dat geen reden om haastig te handelen en de ondernemingsraad deels te passeren. Zo heeft de ondernemingskamer (hierna: OK) op 25 september 2017 geoordeeld. (publicatienummer ECLI:NL:GHAMS:2017:3891 en zaaknummer:  200.218.257/01 OK)

De achtergrond:

Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (hierna: COA) heeft in 2009 de medische zorg voor asielzoekers opgedragen aan Menzis COA Administratie (hierna: MCA). MCA heeft voor de uitvoering van de huisartsenzorg aan asielzoekers GCA opgericht. Voor de volgende periode heeft een nieuwe aanbestedingsronde plaatsgevonden. Het COA heeft op grond van die aanbesteding de medische zorg aan asielzoekers voor de periode vanaf 1 januari 2018, op 8 maart 2017 gegund aan Arts en Zorg. Als gevolg daarvan eindigt het contract tussen COA en MCA per 1 januari 2018. Op 6 april heeft de werkgever voor alle 309 medewerkers in vaste dienst collectief ontslag aangevraagd bij het UWV per 31-12-2017.

Adviesaanvraag:

Op 6 april 2017 heeft GCA aan de ondernemingsraad (hierna OR) advies gevraagd over een voorgenomen besluit tot bedrijfsbeëindiging per 31 december 2017. De adviesaanvraag houdt onder meer in dat GCA streeft naar behoud van werkgelegenheid en dat daartoe gesprekken gevoerd worden met Arts en Zorg over het realiseren van een overgang van onderneming en dat ook de mogelijkheid van verkoop van (een gedeelte van) de onderneming aan Arts en Zorg of aan anderen wordt  onderzocht. Op het moment van de adviesaanvraag zijn de gevolgen voor de medewerkers dus nog niet duidelijk. Dat geldt ook voor de te treffen maatregelen om die gevolgen op te vangen. Er ligt alleen een concept sociaal plan. Het onderhandelingsproces met de bonden verloopt niet soepel en mislukt uiteindelijk half juni. Inmiddels heeft de OR  op 2 juni 2017 zijn advies uitgebracht waarin hij de bestuurder vraagt af te zien van sluiting omdat de gevolgen voor de medewerkers en de sociale maatregelen nog niet helder zijn. De bestuurder stelt op 20 juni eenzijdig een sociale regeling vast.  De besprekingen tussen Menzis (MCA) en Arts en Zorg over de overgang van medewerkers zijn zonder resultaat beëindigd op 30 juni 2017.

Beoordeling door de OK:

De OK komt tot de conclusie GCA de ondernemingsraad ten onrechte niet in de gelegenheid heeft gesteld te adviseren over de door GCA voorgenomen maatregelen met het oog op de personele gevolgen van de bedrijfsbeëindiging en dat als gevolg daarvan in zodanige mate afbreuk is gedaan aan de medezeggenschap dat GCA bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het besluit had kunnen komen. Het besluit tot bedrijfsbeëindiging laat de OK in stand.  De OK beslist dat  GCA tijdig de OR in de gelegenheid moet stellen te adviseren over de te treffen maatregelen met het oog op de personele gevolgen (vastgesteld in het eenzijdige besluit van 20 juni). Daarna kan de ondernemer opnieuw besluiten over die maatregelen.

Op het moment van de uitspraak hebben vrijwel alle medewerkers (97%) al de vaststellingsovereenkomst getekend. De OK vermeld expliciet dat hij er vanuit gaat dat eventuele gunstigere voorwaarden  na advisering door de OR van toepassing zullen zijn op alle medewerkers ongeacht of zij al dan niet hebben getekend.

Commentaar:

Opnieuw blijkt dat de OK de positie van de OR in een adviestraject zeer belangrijk vindt. In deze zaak geeft de OK de ondernemer de opdracht om met de OR om tafel te gaan wanneer onderhandelingen over (aanvulling van) een sociaal plan met bonden mislukken. Terecht, omdat de wet op de ondernemingsraden voorschrijft dat de adviesaanvraag een overzicht moet bevatten van de sociale maatregelen om (in dit geval) de gevolgen van gedwongen ontslag (enigszins) te verzachten. Dat stelt de OR in staat om – wanneer bonden in een concreet geval ontbreken – te onderhandelen over een sociaal plan. Die onderhandelingen moeten dus nu alsnog plaatsvinden.

Het is aan de OR om die handschoen op te pakken. Mogelijk met advisering vanuit de bonden, dan wel dat ook de bonden – op verzoek van de OR – weer opnieuw aan tafel komen. Daarover laat de OK zich niet uit. In elk geval is duidelijk dat in een adviestraject haastige spoed zelden goed is.

 

Mr. Daniël Schouwman

Mr. Dick Karssen